Numeri 1:49
“Alleen de stam Levi zult gij niet tellen en hun som niet opnemen onder de kinderen Israëls.”
Kruisverwijzingen
Context
Numeri 1 — omringende verzen
Dezen zijn de getelden, die Mozes en Aäron geteld hebben, en de vorsten van Israël, twaalf mannen; ieder was er één voor het huis van zijn vaderen.
45Zo waren al de getelden van de kinderen Israëls, naar het huis van hun vaderen, van twintig jaar oud en daarboven, allen die in staat waren ten strijde uit te trekken in Israël:
46Al de getelden waren zeshonderddrieduizend vijfhonderdvijftig.
47Maar de Levieten, naar de stam van hun vaderen, werden onder hen niet geteld.
48Want de HEER had tot Mozes gesproken, zeggende:
Alleen de stam Levi zult gij niet tellen en hun som niet opnemen onder de kinderen Israëls.
Maar gij zult de Levieten aanstellen over de tabernakel der getuigenis, en over al zijn gereedschap, en over al wat daartoe behoort: zij zullen de tabernakel dragen en al zijn gereedschap, en zij zullen daarin dienen, en zij zullen zich rondom de tabernakel legeren.
51En wanneer de tabernakel verder trekt, zullen de Levieten die afbreken; en wanneer de tabernakel zich legt, zullen de Levieten die oprichten; en de vreemde die nadert, zal gedood worden.
52En de kinderen Israëls zullen zich legeren, ieder bij zijn eigen leger en ieder bij zijn eigen banier, naar hun legerscharen.
53Maar de Levieten zullen zich legeren rondom de tabernakel der getuigenis, opdat er geen toorn kome over de vergadering van de kinderen Israëls; en de Levieten zullen de dienst van de tabernakel der getuigenis waarnemen.
54En de kinderen Israëls deden naar alles wat de HEER Mozes geboden had; zo deden zij.