Numeri 16:43
“En Mozes en Aäron kwamen voor de tent der samenkomst.”
Kruisverwijzingen
Context
Numeri 16 — omringende verzen
De wierookvaten van deze zondaars tegen hun eigen zielen, laat men er brede platen van maken tot een bedekking van het altaar; want zij hebben ze voor de HEER gebracht, daarom zijn zij geheiligd; en zij zullen een teken zijn voor de kinderen van Israël.
39En Eleazar de priester nam de koperen wierookvaten, waarmee de verbranden geofferd hadden; en zij werden uitgeslagen tot brede platen, tot een bedekking van het altaar,
40Tot een gedachtenis voor de kinderen van Israël, opdat geen vreemde, die niet van het zaad van Aäron is, naderbij kome om wierook te offeren voor de HEER; dat hij niet zij als Korach en zijn gezelschap; gelijk de HEER tot hem gesproken had door de hand van Mozes.
41Maar des anderen daags murmureerde de gehele gemeente der kinderen van Israël tegen Mozes en tegen Aäron, zeggende: Gij hebt het volk van de HEER gedood.
42En het geschiedde, toen de gemeente samenrottede tegen Mozes en tegen Aäron, dat zij zich wendden naar de tent der samenkomst; en zie, de wolk bedekte haar, en de heerlijkheid van de HEER verscheen.
En Mozes en Aäron kwamen voor de tent der samenkomst.
En de HEER sprak tot Mozes, zeggende:
45Wijkt af van deze gemeente, opdat Ik hen als in een ogenblik verteere. En zij vielen op hun aangezichten.
46En Mozes zeide tot Aäron: Neem een wierookvat, en doe daarin vuur van het altaar, en leg wierook op, en ga snel naar de gemeente, en doe verzoening voor hen; want er is toorn uitgegaan van de HEER, de plaag is begonnen.
47En Aäron nam, zoals Mozes geboden had, en liep in het midden der gemeente; en zie, de plaag was begonnen onder het volk; en hij legde wierook op, en deed verzoening voor het volk.
48En hij stond tussen de doden en de levenden; en de plaag werd gestuit.