Terug naar Numeri 18
VSV
Statenvertaling

Numeri 18:24

Maar de tienden van de kinderen Israëls, die zij de HEER als hefoffer aanbieden, heb Ik aan de Levieten gegeven als erfenis; daarom heb Ik tot hen gezegd: Onder de kinderen Israëls zullen zij geen erfenis bezitten.

Kruisverwijzingen

Context

Numeri 18 — omringende verzen

19

Alle hefoffers van de heilige gaven, die de kinderen Israëls de HEER offeren, heb Ik aan u gegeven, en aan uw zonen en aan uw dochters met u, als een eeuwige inzetting; het is een zoutverbond voor eeuwig voor het aangezicht van de HEER, voor u en voor uw nageslacht met u.

20

En de HEER sprak tot Aäron: U zult geen erfenis hebben in hun land, en u zult geen deel hebben onder hen; Ik ben uw deel en uw erfenis onder de kinderen Israëls.

21

En zie, Ik heb aan de kinderen van Levi alle tienden in Israël gegeven als erfenis, voor hun dienst die zij verrichten, de dienst van de tent der samenkomst.

22

En de kinderen Israëls mogen voortaan niet meer naderen tot de tent der samenkomst, opdat zij geen zonde dragen en sterven.

23

Maar de Levieten zullen de dienst van de tent der samenkomst verrichten, en zij zullen hun ongerechtigheid dragen; het zal een eeuwige inzetting zijn voor uw geslachten, dat zij onder de kinderen Israëls geen erfenis bezitten.

24

Maar de tienden van de kinderen Israëls, die zij de HEER als hefoffer aanbieden, heb Ik aan de Levieten gegeven als erfenis; daarom heb Ik tot hen gezegd: Onder de kinderen Israëls zullen zij geen erfenis bezitten.

25

En de HEER sprak tot Mozes, zeggende:

26

Spreek aldus tot de Levieten en zeg tot hen: Wanneer u van de kinderen Israëls de tienden neemt die Ik u van hen gegeven heb als uw erfenis, dan zult u daarvan een hefoffer aan de HEER aanbieden, een tiende deel van de tiende.

27

En dit uw hefoffer zal u aangerekend worden als het koren van de dorsvloer en als de volheid van de wijnpers.

28

Zo zult u ook een hefoffer aan de HEER aanbieden van al uw tienden die u van de kinderen Israëls ontvangt; en u zult daarvan het hefoffer van de HEER aan Aäron de priester geven.

29

Van al uw gaven zult u elk hefoffer van de HEER aanbieden, van het allerbeste daarvan, het geheiligde deel ervan.