Terug naar Numeri 18
VSV
Statenvertaling

Numeri 18:7

Daarom zult gij en uw zonen met u uw priesterambt waarnemen in alles wat het altaar betreft, en wat binnen het voorhangsel is; en gij zult dienen; Ik heb uw priesterambt u gegeven als een dienst van gave; en de vreemde die naderbij komt, zal gedood worden.

Kruisverwijzingen

Context

Numeri 18 — omringende verzen

2

Breng ook uw broeders, de stam van Levi, de stam van uw vader, met u mede, opdat zij zich bij u voegen en u dienen; maar gij en uw zonen met u zullen dienen voor de tent der getuigenis.

3

En zij zullen uw dienst waarnemen, en de dienst van de gehele tabernakel; alleen zullen zij niet naderen tot de voorwerpen van het heiligdom en tot het altaar, opdat noch zij, noch ook gij, sterven.

4

En zij zullen zich bij u voegen, en de dienst van de tent der samenkomst waarnemen, voor alle dienst van de tabernakel; en een vreemde zal niet tot u naderen.

5

En gij zult de dienst van het heiligdom waarnemen, en de dienst van het altaar; opdat er geen toorn meer kome over de kinderen van Israël.

6

En Ik, zie, Ik heb uw broeders, de Levieten, genomen uit het midden der kinderen van Israël; aan u zijn zij gegeven als een gave voor de HEER, om de dienst van de tent der samenkomst te doen.

7

Daarom zult gij en uw zonen met u uw priesterambt waarnemen in alles wat het altaar betreft, en wat binnen het voorhangsel is; en gij zult dienen; Ik heb uw priesterambt u gegeven als een dienst van gave; en de vreemde die naderbij komt, zal gedood worden.

8

En de HEER sprak tot Aäron: Zie, Ik heb u ook de verantwoordelijkheid gegeven over Mijn hefoffers van alle geheiligde gaven der kinderen Israëls; aan u heb Ik ze gegeven vanwege de zalving, en aan uw zonen, als een eeuwige inzetting.

9

Dit zal het uwe zijn van de allerheiligste dingen, bewaard van het vuur: elke gave van hen, elk spijsoffer van hen, en elk zondoffer van hen, en elk schuldoffer van hen dat zij Mij zullen brengen, zal allerheiligst zijn voor u en voor uw zonen.

10

Op de allerheiligste plaats zult u het eten; elke man zal het eten: het zal heilig voor u zijn.

11

En dit is het uwe: het hefoffer van hun gave, met alle beweegoffers der kinderen Israëls; Ik heb ze aan u gegeven, en aan uw zonen en aan uw dochters met u, als een eeuwige inzetting: een ieder die rein is in uw huis, zal ervan eten.

12

Al het beste van de olie, en al het beste van de wijn, en van de tarwe, de eerstelingen daarvan die zij de HEER zullen offeren, die heb Ik u gegeven.