Numeri 2:28
“En zijn leger, en zij die daarin geteld werden, waren éénenveertigduizend en vijfhonderd.”
Kruisverwijzingen
Context
Numeri 2 — omringende verzen
En zijn leger, en zij die daarin geteld werden, waren vijfendertigduizend en vierhonderd.
24Allen die geteld werden van het kamp van Efraïm waren honderdachtduizend en honderd, naar hun legers. Zij zullen als derden optrekken.
25Het vaandel van het kamp van Dan zal aan de noordzijde zijn, naar hun legers; en de aanvoerder over de kinderen van Dan zal Ahiëzer zijn, de zoon van Ammisaddai.
26En zijn leger, en zij die daarin geteld werden, waren tweeënzestigduizend en zevenhonderd.
27En zij die naast hem hun tenten opslaan, zullen zijn de stam Aser; en de aanvoerder over de kinderen van Aser zal Pagiël zijn, de zoon van Ocran.
En zijn leger, en zij die daarin geteld werden, waren éénenveertigduizend en vijfhonderd.
Dan de stam Naftali; en de aanvoerder over de kinderen van Naftali zal Ahira zijn, de zoon van Enan.
30En zijn leger, en zij die daarin geteld werden, waren drieënvijftigduizend en vierhonderd.
31Allen die geteld werden in het kamp van Dan waren honderdzevenenvijftigduizend en zeshonderd. Zij zullen als laatsten optrekken, bij hun vaandels.
32Dit zijn zij die geteld werden van de kinderen van Israël, naar het huis hunner vaderen; allen die geteld werden in de kampen, naar hun legers, waren zeshonderddrieduizend en vijfhonderd en vijftig.
33Maar de Levieten werden niet geteld onder de kinderen van Israël, zoals de HEER Mozes geboden had.