Numeri 21:29
“Wee u, Moab! Gij zijt verloren, volk van Kamos! Hij heeft zijn zonen die ontkomen waren en zijn dochters overgegeven in gevangenschap aan Sihon, de koning van de Amorieten.”
Kruisverwijzingen
Context
Numeri 21 — omringende verzen
En Israël versloeg hem met de scherpte van het zwaard en nam zijn land in bezit, van de Arnon tot de Jabbok, tot aan de Ammonieten toe, want de grens van de Ammonieten was sterk.
25En Israël nam al deze steden in, en Israël vestigde zich in al de steden van de Amorieten, in Hesbon en in al haar onderhorige plaatsen.
26Want Hesbon was de stad van Sihon, de koning van de Amorieten, die gestreden had tegen de vorige koning van Moab en al zijn land uit zijn hand genomen had, tot aan de Arnon toe.
27Daarom zeggen zij die in spreekwoorden spreken: Komt naar Hesbon! Laat de stad van Sihon gebouwd en gevestigd worden!
28Want er is een vuur uitgegaan uit Hesbon, een vlam uit de stad van Sihon. Het heeft Ar van Moab verteerd en de heren van de hoogten van de Arnon.
Wee u, Moab! Gij zijt verloren, volk van Kamos! Hij heeft zijn zonen die ontkomen waren en zijn dochters overgegeven in gevangenschap aan Sihon, de koning van de Amorieten.
Wij hebben op hen geschoten. Hesbon is vergaan tot aan Dibon toe, en wij hebben hen verwoest tot aan Nofah toe, dat reikt tot Médeba.
31Zo vestigde Israël zich in het land van de Amorieten.
32En Mozes zond mannen uit om Jaëzer te verspieden, en zij namen haar onderhorige plaatsen in en verdreven de Amorieten die daar waren.
33Toen keerden zij zich om en trokken op langs de weg naar Basan. En Og, de koning van Basan, trok tegen hen uit, hij en al zijn volk, tot de strijd bij Edreï.
34En de HEER zei tot Mozes: Vrees hem niet, want Ik heb hem in uw hand gegeven, met al zijn volk en zijn land. En u zult met hem doen zoals u met Sihon, de koning van de Amorieten, gedaan hebt, die in Hesbon woonde.