Numeri 27:1
“Toen kwamen de dochters van Zelofchad, de zoon van Hefer, de zoon van Gilead, de zoon van Machir, de zoon van Manasse, van de geslachten van Manasse, de zoon van Jozef; en dit zijn de namen van zijn dochters: Machla, Noa en Hogla en Milka en Tirza.”
Kruisverwijzingen
Context
Numeri 27 — omringende verzen
Toen kwamen de dochters van Zelofchad, de zoon van Hefer, de zoon van Gilead, de zoon van Machir, de zoon van Manasse, van de geslachten van Manasse, de zoon van Jozef; en dit zijn de namen van zijn dochters: Machla, Noa en Hogla en Milka en Tirza.
En zij stonden voor Mozes en voor Eleazar de priester en voor de vorsten en de gehele gemeente, bij de ingang van de tent der samenkomst, zeggende:
3Onze vader stierf in de woestijn, en hij behoorde niet tot de vergadering van hen die zich samengeroeid hadden tegen de HEER in de vergadering van Korach; maar hij stierf in zijn eigen zonde, en hij had geen zonen.
4Waarom zou de naam van onze vader weggedaan worden uit zijn geslacht, omdat hij geen zoon heeft? Geef ons daarom een bezit onder de broeders van onze vader.
5En Mozes bracht hun zaak voor de HEER.
6En de HEER sprak tot Mozes, zeggende: