Numeri 3:4
“Maar Nadab en Abihu stierven voor het aangezicht van de HEER, toen zij vreemd vuur offerden voor de HEER in de woestijn van Sinaï; en zij hadden geen kinderen. En Eleazar en Itamar bedienden het priesterambt ten aanschouwen van Aäron, hun vader.”
Kruisverwijzingen
Context
Numeri 3 — omringende verzen
Dit zijn ook de geslachten van Aäron en Mozes, op de dag dat de HEER met Mozes sprak op de berg Sinaï.
2En dit zijn de namen der zonen van Aäron: Nadab, de eerstgeborene, en Abihu, Eleazar en Itamar.
3Dit zijn de namen der zonen van Aäron, de priesters die gezalfd werden, die hij gewijd heeft om het priesterambt te bedienen.
Maar Nadab en Abihu stierven voor het aangezicht van de HEER, toen zij vreemd vuur offerden voor de HEER in de woestijn van Sinaï; en zij hadden geen kinderen. En Eleazar en Itamar bedienden het priesterambt ten aanschouwen van Aäron, hun vader.
En de HEER sprak tot Mozes, zeggende:
6Breng de stam Levi naderbij en stel hen voor Aäron, de priester, opdat zij hem dienen.
7En zij zullen zijn dienst waarnemen, en de dienst van de gehele gemeente voor de tent der samenkomst, om de dienst van de tabernakel te verrichten.
8En zij zullen alle gereedschappen van de tent der samenkomst bewaren, en de dienst der kinderen van Israël waarnemen, om de dienst van de tabernakel te verrichten.
9En gij zult de Levieten aan Aäron en zijn zonen geven; zij zijn hem geheel en al gegeven uit de kinderen van Israël.