Terug naar Numeri 3
VSV
Statenvertaling

Numeri 3:40

En de HEER zeide tot Mozes: Tel alle eerstgeborenen van het mannelijk geslacht onder de kinderen Israëls, van een maand oud en daarboven, en neem het getal van hun namen op.

Kruisverwijzingen

Context

Numeri 3 — omringende verzen

35

En het hoofd van het vaderhuis der families van Merari was Zuriël, de zoon van Abihail: dezen zullen aan de noordzijde van de tabernakel hun kamp opslaan.

36

En onder de bewaring en het toezicht van de zonen van Merari zullen zijn de planken van de tabernakel, en zijn stangen, en zijn pilaren, en zijn voetstukken, en al zijn gereedschap, en alles wat daartoe dient,

37

En de pilaren van de voorhof rondom, en hun voetstukken, en hun pinnen, en hun touwen.

38

Maar zij die voor de tabernakel legeren aan de oostzijde, voor de tent der samenkomst naar het oosten, zullen zijn Mozes en Aäron en zijn zonen, die de wacht bewaken over het heiligdom, ter bewaking voor de kinderen Israëls; en de vreemde die naderbij komt, zal ter dood gebracht worden.

39

Allen die geteld werden van de Levieten, die Mozes en Aäron telden op bevel van de HEER, naar hun families, alle mannen van een maand oud en daarboven, waren tweeëntwintigduizend.

40

En de HEER zeide tot Mozes: Tel alle eerstgeborenen van het mannelijk geslacht onder de kinderen Israëls, van een maand oud en daarboven, en neem het getal van hun namen op.

41

En gij zult de Levieten voor Mij nemen (Ik ben de HEER) in de plaats van alle eerstgeborenen onder de kinderen Israëls; en het vee der Levieten in de plaats van alle eerstgeborenen onder het vee der kinderen Israëls.

42

En Mozes telde, zoals de HEER hem geboden had, alle eerstgeborenen onder de kinderen Israëls.

43

En alle eerstgeborenen van het mannelijk geslacht, naar het getal der namen, van een maand oud en daarboven, van hen die geteld werden, waren tweeëntwintigduizend tweehonderd drieënzeventig.

44

En de HEER sprak tot Mozes en zeide:

45

Neem de Levieten in de plaats van alle eerstgeborenen onder de kinderen Israëls, en het vee der Levieten in de plaats van hun vee; en de Levieten zullen Mij zijn: Ik ben de HEER.