Terug naar Numeri 32
VSV
Statenvertaling

Numeri 32:30

Maar indien zij niet gewapend met u overtrekken, dan zullen zij bezittingen onder u ontvangen in het land Kanaän.

Kruisverwijzingen

Context

Numeri 32 — omringende verzen

25

En de kinderen van Gad en de kinderen van Ruben spraken tot Mozes, zeggende: Uw knechten zullen doen zoals mijn heer gebiedt.

26

Onze kleinen, onze vrouwen, onze kudden en al ons vee zullen daar zijn in de steden van Gilead;

27

Maar uw dienaren zullen gewapend voor de HEER uittrekken ten strijde, ieder man die oorlog voert, zoals mijn heer gezegd heeft.

28

En aangaande hen gaf Mozes bevel aan Eleazar de priester, en aan Jozua de zoon van Nun, en aan de hoofden der vaderen van de stammen der kinderen Israëls:

29

En Mozes zeide tot hen: Indien de kinderen van Gad en de kinderen van Ruben met u over de Jordaan zullen trekken, ieder man gewapend ten strijde voor de HEER, en het land voor u onderworpen zal worden; dan zult gij hun het land Gilead tot een bezitting geven.

30

Maar indien zij niet gewapend met u overtrekken, dan zullen zij bezittingen onder u ontvangen in het land Kanaän.

31

En de kinderen van Gad en de kinderen van Ruben antwoordden en zeiden: Wat de HEER uw dienaren gezegd heeft, dat zullen wij doen.

32

Wij zullen gewapend voor de HEER overtrekken naar het land Kanaän, opdat de bezitting van ons erfdeel aan deze zijde van de Jordaan het onze zij.

33

En Mozes gaf hun, namelijk de kinderen van Gad en de kinderen van Ruben en de halve stam van Manasse de zoon van Jozef, het koninkrijk van Sihon, de koning der Amorieten, en het koninkrijk van Og, de koning van Basan, het land met zijn steden binnen de grenzen, de steden van het land rondom.

34

En de kinderen van Gad bouwden Dibon, en Ataroth, en Aroër,

35

En Atroth-Sofan, en Jaëzer, en Jogbeha,