Numeri 35:11
“dan zult gij u steden aanwijzen als vrijsteden voor u, opdat de doodslager daarheen vluchte, die iemand onopzettelijk gedood heeft.”
Kruisverwijzingen
Context
Numeri 35 — omringende verzen
En onder de steden die gij de Levieten geeft, zullen zes vrijsteden zijn, die gij aanwijst opdat de doodslager daarheen vluchte; en daarboven zult gij hun tweeënveertig steden geven.
7Zo zullen alle steden die gij de Levieten geeft, achtenveertig steden zijn; die zult gij geven met hun weidegronden.
8En de steden die gij geven zult, zullen zijn van het bezit der kinderen Israëls; van hen die veel hebben, zult gij veel geven, maar van hen die weinig hebben, zult gij weinig geven; een ieder zal van zijn steden aan de Levieten geven, naar het erfdeel dat hij erft.
9En de HEER sprak tot Mozes, zeggende:
10Spreek tot de kinderen Israëls en zeg tot hen: Wanneer gij de Jordaan zijt overgetrokken in het land Kanaän,
dan zult gij u steden aanwijzen als vrijsteden voor u, opdat de doodslager daarheen vluchte, die iemand onopzettelijk gedood heeft.
En die steden zullen u zijn als een toevlucht van de bloedwreker, opdat de doodslager niet sterve, totdat hij voor de vergadering staat om geoordeeld te worden.
13En van de steden die gij geven zult, zullen zes vrijsteden zijn.
14Drie steden zult gij geven aan deze zijde van de Jordaan, en drie steden zult gij geven in het land Kanaän; het zullen vrijsteden zijn.
15Deze zes steden zullen een toevlucht zijn, zowel voor de kinderen Israëls als voor de vreemdeling en de bijwoner onder hen, opdat een ieder die iemand onopzettelijk gedood heeft, daarheen vluchte.
16Maar indien hij hem slaat met een ijzeren werktuig, zodat hij sterft, dan is hij een moordenaar; de moordenaar zal zeker ter dood gebracht worden.