Numeri 5:2
“Gebied de kinderen Israëls, dat zij uit het kamp wegzenden al wie melaats is, en al wie een vloeiing heeft, en al wie onrein is door een dode;”
Kruisverwijzingen
Context
Numeri 5 — omringende verzen
En de HEER sprak tot Mozes, zeggende,
Gebied de kinderen Israëls, dat zij uit het kamp wegzenden al wie melaats is, en al wie een vloeiing heeft, en al wie onrein is door een dode;
Zowel man als vrouw zult gij wegzenden; buiten het kamp zult gij hen wegzenden, opdat zij hun kampen niet verontreinigen, in welks midden Ik woon.
4En de kinderen Israëls deden alzo en zonden hen buiten het kamp weg; gelijk de HEER tot Mozes gesproken had, alzo deden de kinderen Israëls.
5En de HEER sprak tot Mozes, zeggende,
6Spreek tot de kinderen Israëls: Wanneer een man of vrouw enige zonde begaat die mensen begaan, om een overtreding te doen tegen de HEER, en die persoon schuldig bevonden wordt,
7Dan zullen zij hun zonde belijden die zij gedaan hebben; en hij zal zijn schuld vergoeden naar het hoofdbedrag daarvan, en daartoe een vijfde deel voegen, en het geven aan hem tegen wie hij gezondigd heeft.