Numeri 6:18
“En de Nazireeër zal zijn afzonderingshaar scheren aan de deur van de tent der samenkomst, en hij zal het haar van zijn afzondering nemen en het werpen in het vuur dat onder het dankoffer is.”
Kruisverwijzingen
Context
Numeri 6 — omringende verzen
En dit is de wet van de Nazireeër, wanneer de dagen van zijn afzondering vervuld zijn: hij zal gebracht worden aan de deur van de tent der samenkomst;
14En hij zal zijn offer aan de HEER brengen, een gaaf mannelijk lam van het eerste jaar als brandoffer, en een gaaf ooilam van het eerste jaar als zondoffer, en een gave ram als dankoffer,
15En een korf ongezuurd brood, koeken van fijn meel met olie gemengd, en ongezuurde vladen met olie bestreken, en hun spijsoffer en hun drankoffers.
16En de priester zal hen brengen voor het aangezicht des HEREN en zijn zondoffer en zijn brandoffer offeren;
17En hij zal de ram offeren als een dankoffer aan de HEER, met de korf ongezuurd brood; de priester zal ook zijn spijsoffer en zijn drankoffer offeren.
En de Nazireeër zal zijn afzonderingshaar scheren aan de deur van de tent der samenkomst, en hij zal het haar van zijn afzondering nemen en het werpen in het vuur dat onder het dankoffer is.
En de priester zal de gekookte schouder van de ram nemen, en één ongezuurde koek uit de korf, en één ongezuurde vlaad, en zal ze leggen op de handen van de Nazireeër, nadat zijn afzonderingshaar geschoren is;
20En de priester zal ze bewegen als een beweegoffer voor het aangezicht des HEREN; dit is heilig voor de priester, met de beweegborst en de hefschouder; en daarna mag de Nazireeër wijn drinken.
21Dit is de wet van de Nazireeër die een gelofte gedaan heeft, en van zijn offer aan de HEER voor zijn afzondering, behalve hetgeen zijn hand verder kan verschaffen; naar de gelofte die hij gedaan heeft, alzo moet hij doen, naar de wet van zijn afzondering.
22En de HEER sprak tot Mozes, zeggende,
23Spreek tot Aäron en tot zijn zonen, zeggende: Aldus zult gij de kinderen Israëls zegenen, door tot hen te zeggen,