Numeri 6:9
“En indien iemand plotseling bij hem sterft en hij het hoofd van zijn wijding heeft verontreinigd; dan zal hij zijn hoofd scheren op de dag van zijn reiniging, op de zevende dag zal hij het scheren.”
Kruisverwijzingen
Context
Numeri 6 — omringende verzen
Al de dagen zijner afzondering zal hij niets eten dat van de wijnstok gemaakt is, van de kernen tot de schil toe.
5Al de dagen van de gelofte zijner afzondering zal er geen scheermes op zijn hoofd komen; totdat de dagen vervuld zijn, waarin hij zich afzondert voor de HEER, zal hij heilig zijn, en zal de lokken van het haar van zijn hoofd laten groeien.
6Al de dagen dat hij zich afzondert voor de HEER zal hij bij geen dode lichaam komen.
7Hij zal zichzelf niet verontreinigen voor zijn vader, of voor zijn moeder, voor zijn broeder, of voor zijn zuster, wanneer dezen sterven; want de wijding van zijn God is op zijn hoofd.
8Al de dagen zijner afzondering is hij heilig voor de HEER.
En indien iemand plotseling bij hem sterft en hij het hoofd van zijn wijding heeft verontreinigd; dan zal hij zijn hoofd scheren op de dag van zijn reiniging, op de zevende dag zal hij het scheren.
En op de achtste dag zal hij twee tortelduiven of twee jonge duiven brengen aan de priester, aan de deur van de tent der samenkomst;
11En de priester zal de ene offeren als een zondoffer en de andere als een brandoffer, en voor hem verzoening doen, doordat hij gezondigd heeft door een dode, en hij zal zijn hoofd heiligen op diezelfde dag.
12En hij zal de HEER de dagen van zijn afzondering wijden en een lam van het eerste jaar brengen als een schuldoffer; maar de voorgaande dagen zullen verloren zijn, omdat zijn afzondering verontreinigd was.
13En dit is de wet van de Nazireeër, wanneer de dagen van zijn afzondering vervuld zijn: hij zal gebracht worden aan de deur van de tent der samenkomst;
14En hij zal zijn offer aan de HEER brengen, een gaaf mannelijk lam van het eerste jaar als brandoffer, en een gaaf ooilam van het eerste jaar als zondoffer, en een gave ram als dankoffer,