Numeri 8:20
“En Mozes, en Aäron, en de gehele vergadering van de kinderen van Israël, deden aan de Levieten overeenkomstig alles wat de HEER Mozes omtrent de Levieten geboden had, zo deden de kinderen van Israël aan hen.”
Kruisverwijzingen
Context
Numeri 8 — omringende verzen
En daarna zullen de Levieten binnengaan om de dienst in de tent der samenkomst te verrichten: en gij zult hen reinigen en hen als een hefoffer offeren.
16Want zij zijn Mij geheel en al gegeven uit het midden van de kinderen van Israël; in de plaats van hen die elke moederschoot openen, ja, in de plaats van de eerstgeborenen van alle kinderen van Israël, heb Ik hen voor Mij genomen.
17Want alle eerstgeborenen van de kinderen van Israël zijn Mijn, zowel mens als dier: op de dag dat Ik alle eerstgeborenen in het land Egypte sloeg, heb Ik hen voor Mij geheiligd.
18En Ik heb de Levieten genomen in de plaats van alle eerstgeborenen van de kinderen van Israël.
19En Ik heb de Levieten als een gave gegeven aan Aäron en aan zijn zonen uit het midden van de kinderen van Israël, om de dienst voor de kinderen van Israël te verrichten in de tent der samenkomst, en om verzoening te doen voor de kinderen van Israël: opdat er geen plaag onder de kinderen van Israël zij, wanneer de kinderen van Israël het heiligdom naderen.
En Mozes, en Aäron, en de gehele vergadering van de kinderen van Israël, deden aan de Levieten overeenkomstig alles wat de HEER Mozes omtrent de Levieten geboden had, zo deden de kinderen van Israël aan hen.
En de Levieten werden gereinigd, en zij wasten hun klederen; en Aäron offerde hen als een hefoffer voor de HEER; en Aäron deed verzoening voor hen om hen te reinigen.
22En daarna gingen de Levieten binnen om hun dienst te verrichten in de tent der samenkomst, voor Aäron en voor zijn zonen: zoals de HEER Mozes omtrent de Levieten geboden had, zo deden zij aan hen.
23En de HEER sprak tot Mozes, zeggende:
24Dit is het wat de Levieten aangaat: van vijfentwintig jaar oud en daarboven zullen zij binnengaan om de dienst in de tent der samenkomst te verrichten:
25En van het vijftigste jaar af zullen zij ophouden met de dienst en niet meer dienen: