Openbaring 10:6
“En zwoer bij Hem Die leeft tot in alle eeuwigheid, Die de hemel geschapen heeft en hetgeen daarin is, en de aarde en hetgeen daarin is, en de zee en hetgeen daarin is, dat er geen tijd meer zou zijn;”
Kruisverwijzingen
Context
Openbaring 10 — omringende verzen
En ik zag een andere machtige engel neerdalen uit de hemel, gehuld in een wolk; en een regenboog was op zijn hoofd, en zijn aangezicht was als de zon, en zijn voeten als vuurzuilen;
2En hij had in zijn hand een geopend boekje; en hij zette zijn rechtervoet op de zee en zijn linkervoet op de aarde,
3En riep met luide stem, zoals een leeuw brult; en toen hij geroepen had, lieten zeven donderslagen hun stemmen horen.
4En toen de zeven donderslagen hun stemmen geuit hadden, wilde ik schrijven; maar ik hoorde een stem uit de hemel tot mij zeggen: Verzegel hetgeen de zeven donderslagen gesproken hebben, en schrijf dat niet op.
5En de engel die ik zag staan op de zee en op de aarde, hief zijn hand op naar de hemel,
En zwoer bij Hem Die leeft tot in alle eeuwigheid, Die de hemel geschapen heeft en hetgeen daarin is, en de aarde en hetgeen daarin is, en de zee en hetgeen daarin is, dat er geen tijd meer zou zijn;
Maar in de dagen van de stem van de zevende engel, wanneer hij zal beginnen te blazen, dan zal het verborgen geheim van God vervuld worden, zoals Hij Zijn dienaren de profeten heeft verkondigd.
8En de stem die ik uit de hemel gehoord had, sprak opnieuw tot mij en zeide: Ga heen, neem het geopende boekje uit de hand van de engel die op de zee en op de aarde staat.
9En ik ging naar de engel en zeide tot hem: Geef mij het boekje. En hij zeide tot mij: Neem het en eet het op; en het zal uw buik bitter maken, maar in uw mond zal het zoet zijn als honing.
10En ik nam het boekje uit de hand van de engel en at het op; en het was in mijn mond zoet als honing; maar toen ik het opgegeten had, werd mijn buik bitter.
11En hij zeide tot mij: Gij moet opnieuw profeteren voor vele volken en naties en talen en koningen.