Openbaring 13:2
“En het beest dat ik zag, was gelijk aan een luipaard, en zijn voeten als die van een beer, en zijn mond als de mond van een leeuw; en de draak gaf hem zijn kracht en zijn troon en grote macht.”
Kruisverwijzingen
Context
Openbaring 13 — omringende verzen
En ik stond op het zand van de zee, en zag een beest opkomen uit de zee, met zeven hoofden en tien horens, en op zijn horens tien kronen, en op zijn hoofden een naam van godslastering.
En het beest dat ik zag, was gelijk aan een luipaard, en zijn voeten als die van een beer, en zijn mond als de mond van een leeuw; en de draak gaf hem zijn kracht en zijn troon en grote macht.
En ik zag een van zijn hoofden als het ware dodelijk gewond; en zijn dodelijke wond werd genezen; en de gehele wereld ging met verwondering het beest achterna.
4En zij aanbaden de draak die het beest macht gegeven had; en zij aanbaden het beest, zeggende: Wie is aan het beest gelijk? Wie kan oorlog voeren tegen hem?
5En hem werd een mond gegeven die grote dingen en godslasteringen sprak; en hem werd macht gegeven om dit tweeënveertig maanden lang te doen.
6En hij opende zijn mond tot godslastering tegen God, om Zijn naam te lasteren en Zijn tabernakel en hen die in de hemel wonen.
7En hem werd macht gegeven om oorlog te voeren tegen de heiligen en hen te overwinnen; en hem werd macht gegeven over alle stammen en talen en volken.