Openbaring 2:17
“Wie een oor heeft, laat hij horen wat de Geest aan de gemeenten zegt: Aan hem die overwint, zal Ik van het verborgen manna te eten geven, en Ik zal hem een witte steen geven, en op die steen een nieuwe naam geschreven, die niemand kent dan hij die hem ontvangt.”
Kruisverwijzingen
Context
Openbaring 2 — omringende verzen
En aan de engel van de gemeente in Pergamus schrijf: Dit zegt Hij die het scherpe tweesnijdende zwaard heeft.
13Ik ken uw werken en waar u woont, namelijk waar de troon van de satan is; en u houdt vast aan Mijn naam en hebt Mijn geloof niet verloochend, ook niet in de dagen waarin Antipas Mijn getrouwe getuige was, die bij u gedood werd, waar de satan woont.
14Maar Ik heb enkele dingen tegen u, omdat u daar mensen hebt die de leer van Bileam aanhangen, die Balak leerde een struikelblok voor de kinderen van Israël te leggen, om afgodenoffers te eten en ontucht te plegen.
15Zo hebt u ook mensen die de leer van de Nicolaïeten aanhangen, wat Ik haat.
16Bekeer u; anders zal Ik spoedig tot u komen en tegen hen strijden met het zwaard van Mijn mond.
Wie een oor heeft, laat hij horen wat de Geest aan de gemeenten zegt: Aan hem die overwint, zal Ik van het verborgen manna te eten geven, en Ik zal hem een witte steen geven, en op die steen een nieuwe naam geschreven, die niemand kent dan hij die hem ontvangt.
En aan de engel van de gemeente in Thyatira schrijf: Dit zegt de Zoon van God, die ogen heeft als een vuurvlam en Zijn voeten zijn als blinkend koper.
19Ik ken uw werken, en de liefde, en de dienst, en het geloof, en uw volharding, en uw werken; en de laatste zijn meer dan de eerste.
20Maar Ik heb enkele dingen tegen u, omdat u die vrouw Izébel, die zichzelf een profetes noemt, laat begaan om te leren en Mijn dienstknechten te verleiden tot ontucht en het eten van afgodenoffers.
21En Ik heb haar tijd gegeven om zich te bekeren van haar ontucht, maar zij heeft zich niet bekeerd.
22Zie, Ik werp haar op een ziekbed, en hen die met haar overspel plegen in grote verdrukking, tenzij zij zich bekeren van hun werken.