Openbaring 2:9
“Ik ken uw werken en de verdrukking en de armoede — maar u bent rijk — en de lastering van hen die zeggen dat zij Joden zijn en het niet zijn, maar een synagoge van de satan zijn.”
Kruisverwijzingen
Context
Openbaring 2 — omringende verzen
Maar Ik heb tegen u, dat u uw eerste liefde verlaten hebt.
5Bedenk dan van welke hoogte u gevallen bent, en bekeer u en doe de eerste werken; anders zal Ik, als u zich niet bekeert, spoedig tot u komen en uw kandelaar van zijn plaats wegnemen.
6Maar dit hebt u: dat u de werken van de Nicolaïeten haat, die Ik ook haat.
7Wie een oor heeft, laat hij horen wat de Geest aan de gemeenten zegt: Aan hem die overwint, zal Ik geven te eten van de boom des levens, die in het midden van het paradijs van God staat.
8En aan de engel van de gemeente in Smyrna schrijf: Dit zegt de eerste en de laatste, die dood was en levend is geworden.
Ik ken uw werken en de verdrukking en de armoede — maar u bent rijk — en de lastering van hen die zeggen dat zij Joden zijn en het niet zijn, maar een synagoge van de satan zijn.
Vrees niets van wat u lijden zult; zie, de duivel zal sommigen van u in de gevangenis werpen, opdat u beproefd wordt, en u zult tien dagen verdrukking hebben; wees getrouw tot de dood, en Ik zal u de kroon van het leven geven.
11Wie een oor heeft, laat hij horen wat de Geest aan de gemeenten zegt: Wie overwint, zal van de tweede dood geen schade ontvangen.
12En aan de engel van de gemeente in Pergamus schrijf: Dit zegt Hij die het scherpe tweesnijdende zwaard heeft.
13Ik ken uw werken en waar u woont, namelijk waar de troon van de satan is; en u houdt vast aan Mijn naam en hebt Mijn geloof niet verloochend, ook niet in de dagen waarin Antipas Mijn getrouwe getuige was, die bij u gedood werd, waar de satan woont.
14Maar Ik heb enkele dingen tegen u, omdat u daar mensen hebt die de leer van Bileam aanhangen, die Balak leerde een struikelblok voor de kinderen van Israël te leggen, om afgodenoffers te eten en ontucht te plegen.