Openbaring 21:17
“En hij mat haar muur: honderdvierenveertig el, naar de maat van een mens, dat wil zeggen van de engel.”
Kruisverwijzingen
Context
Openbaring 21 — omringende verzen
En zij had een grote en hoge muur, met twaalf poorten, en bij de poorten twaalf engelen, en namen daarop geschreven, namelijk de namen van de twaalf stammen van de kinderen Israëls.
13Aan de oostzijde drie poorten, aan de noordzijde drie poorten, aan de zuidzijde drie poorten, en aan de westzijde drie poorten.
14En de muur van de stad had twaalf fundamenten, en daarop de namen van de twaalf apostelen des Lams.
15En hij die met mij sprak, had een gouden meetriet om de stad te meten, en haar poorten, en haar muur.
16En de stad ligt als een vierkant, en haar lengte is even groot als haar breedte. En hij mat de stad met het riet: twaalfduizend stadiën. De lengte en de breedte en de hoogte ervan zijn gelijk.
En hij mat haar muur: honderdvierenveertig el, naar de maat van een mens, dat wil zeggen van de engel.
En de bouw van haar muur was van jaspis; en de stad was van zuiver goud, gelijk aan helder glas.
19En de fundamenten van de muur der stad waren versierd met allerlei edelgesteenten. Het eerste fundament was jaspis, het tweede saffier, het derde chalcedon, het vierde smaragd,
20Het vijfde sardonyx, het zesde sardius, het zevende chrysoliet, het achtste beryl, het negende topaas, het tiende chrysopraas, het elfde jacint, het twaalfde amethist.
21En de twaalf poorten waren twaalf parels; elke poort afzonderlijk was van één parel. En de straat van de stad was zuiver goud, als doorschijnend glas.
22En een tempel zag ik daarin niet; want de Heer God Almachtig is haar tempel, en het Lam.