Terug naar Openbaring 4
VSV
Statenvertaling

Openbaring 4:6

En voor de troon was als een glazen zee, gelijk kristal; en in het midden van de troon en rondom de troon waren vier dieren, vol ogen van voren en van achteren.

Kruisverwijzingen

Context

Openbaring 4 — omringende verzen

1

Daarna zag ik, en zie, een deur was geopend in de hemel, en de eerste stem die ik gehoord had, als van een bazuin die met mij sprak, zei: Kom hier omhoog, en Ik zal u tonen wat hierna moet geschieden.

2

En terstond was ik in de Geest; en zie, een troon stond in de hemel, en op de troon zat Iemand.

3

En Hij Die daarop zat, was in aanzien gelijk aan een jaspis- en een sardiussteen; en er was een regenboog rondom de troon, in aanzien gelijk aan een smaragd.

4

En rondom de troon waren vierentwintig tronen, en op de tronen zag ik vierentwintig oudsten zitten, bekleed met witte kleding, en zij hadden gouden kronen op hun hoofden.

5

En uit de troon gingen bliksemstralen en donderslagen en stemmen voort; en er waren zeven vurige lampen brandend voor de troon, welke de zeven Geesten Gods zijn.

6

En voor de troon was als een glazen zee, gelijk kristal; en in het midden van de troon en rondom de troon waren vier dieren, vol ogen van voren en van achteren.

7

En het eerste dier was gelijk een leeuw, en het tweede dier gelijk een kalf, en het derde dier had een gezicht als een mens, en het vierde dier was gelijk een vliegende arend.

8

En de vier dieren hadden elk zes vleugels rondom zich, en waren vol ogen van binnen; en zij rustten niet, dag en nacht, zeggende: Heilig, heilig, heilig is de HEER God, de Almachtige, Die was en Die is en Die komen zal.

9

En wanneer die dieren heerlijkheid en eer en dankzegging brengen aan Hem Die op de troon zit, Die leeft tot in alle eeuwigheid,

10

vallen de vierentwintig oudsten neder voor Hem Die op de troon zit en aanbidden Hem Die leeft tot in alle eeuwigheid, en werpen hun kronen voor de troon, zeggende:

11

U bent waardig, o Heer, om te ontvangen de heerlijkheid en de eer en de kracht, want U hebt alle dingen geschapen en door Uw wil bestaan zij en zijn zij geschapen.