Openbaring 9:11
“En zij hadden een koning over zich, de engel des afgronds, wiens naam in het Hebreeuws Abaddon is, maar in het Grieks heeft hij de naam Apollyon.”
Kruisverwijzingen
Context
Openbaring 9 — omringende verzen
En in die dagen zullen de mensen de dood zoeken en hem niet vinden; en zij zullen begeren te sterven, maar de dood zal van hen vluchten.
7En de gedaanten van de sprinkhanen leken op paarden die ten strijde zijn toegerust; en op hun hoofden waren als het ware kronen, gelijk aan goud, en hun aangezichten waren als de aangezichten van mensen.
8En zij hadden haar als vrouwenhaar, en hun tanden waren als leeuwentanden.
9En zij hadden borstharnassen als ijzeren borstharnassen; en het geluid van hun vleugels was als het geluid van wagens van vele paarden die ten strijde lopen.
10En zij hadden staarten gelijk aan schorpioenen, met angels; en hun macht om de mensen te schaden was in hun staarten, vijf maanden lang.
En zij hadden een koning over zich, de engel des afgronds, wiens naam in het Hebreeuws Abaddon is, maar in het Grieks heeft hij de naam Apollyon.
Het eerste wee is voorbij; en zie, er komen nog twee weeën hierna.
13En de zesde engel blies op zijn bazuin, en ik hoorde een stem uit de vier hoornen van het gouden altaar dat voor God staat,
14Die zeide tot de zesde engel die de bazuin had: Laat de vier engelen los die gebonden zijn aan de grote rivier de Eufraat.
15En de vier engelen werden losgelaten, die bereid waren voor een uur en een dag en een maand en een jaar, om een derde deel van de mensen te doden.
16En het getal van de legers der ruiters was tweemaal tienduizend maal tienduizend; en ik hoorde hun getal.