Terug naar Prediker 8
VSV
Statenvertaling

Prediker 8:15

Daarom prees ik de vreugde, want de mens heeft onder de zon niets beters dan te eten en te drinken en vrolijk te zijn; want dat zal hem bijblijven bij zijn arbeid, de dagen van zijn leven die God hem geeft onder de zon.

Kruisverwijzingen

Context

Prediker 8 — omringende verzen

10

En zo zag ik de goddelozen begraven, die gekomen en gegaan waren van de heilige plaats, en zij werden vergeten in de stad waar zij zo hadden gehandeld; ook dit is ijdelheid.

11

Omdat over een kwade daad het vonnis niet snel wordt voltrokken, is het hart van de mensenkinderen geheel in hen gezet om kwaad te doen.

12

Al doet een zondaar honderd maal kwaad en worden zijn dagen verlengd, toch weet ik zeker dat het wel zal gaan met hen die God vrezen, die voor Zijn aangezicht vrezen;

13

Maar het zal niet goed gaan met de goddeloze, en hij zal zijn dagen niet verlengen, die als een schaduw zijn; want hij vreest niet voor het aangezicht van God.

14

Er is een ijdelheid die gedaan wordt op de aarde: er zijn rechtvaardige mensen wie het vergaat naar het werk van de goddelozen; en er zijn goddeloze mensen wie het vergaat naar het werk van de rechtvaardigen. Ik zeide dat ook dit ijdelheid is.

15

Daarom prees ik de vreugde, want de mens heeft onder de zon niets beters dan te eten en te drinken en vrolijk te zijn; want dat zal hem bijblijven bij zijn arbeid, de dagen van zijn leven die God hem geeft onder de zon.

16

Toen ik mijn hart toelegde om wijsheid te kennen, en om het werk te zien dat gedaan wordt op de aarde — want ook hij die dag noch nacht slaap ziet met zijn ogen —

17

Zag ik al het werk van God in, dat de mens het werk dat gedaan wordt onder de zon niet kan doorgronden; want al spaart de mens ook moeite om het te zoeken, hij zal het niet vinden; ja, zelfs al meent een wijs man het te kennen, hij zal het niet kunnen doorgronden.