Prediker 8:5
“Wie het gebod bewaart, zal niets kwaads ondervinden; en het hart van een wijs man kent de tijd en het oordeel.”
Kruisverwijzingen
Context
Prediker 8 — omringende verzen
Wie is als de wijze man? En wie kent de uitlegging van een zaak? De wijsheid van een man doet zijn aangezicht stralen, en de hardheid van zijn gelaat wordt veranderd.
2Ik raad u aan het gebod van de koning te bewaren, en dat vanwege de eed bij God.
3Wees niet haastig om van zijn aangezicht weg te gaan; sta niet in een kwade zaak; want hij doet al wat hem behaagt.
4Waar het woord van een koning is, daar is macht; en wie kan tot hem zeggen: Wat doet U?
Wie het gebod bewaart, zal niets kwaads ondervinden; en het hart van een wijs man kent de tijd en het oordeel.
Want voor elk voornemen is er een tijd en een oordeel, daarom is de ellende van de mens groot over hem.
7Want hij weet niet wat er geschieden zal; want wie kan hem zeggen wanneer het zal zijn?
8Er is geen mens die macht heeft over de geest om de geest vast te houden; ook heeft hij geen macht op de dag des doods; en er is geen ontslag in die strijd, en de goddeloosheid zal hen niet redden die haar toegedaan zijn.
9Dit alles heb ik gezien en mijn hart toegewijd aan elk werk dat gedaan wordt onder de zon; er is een tijd waarin de ene mens over de andere heerst tot diens schade.
10En zo zag ik de goddelozen begraven, die gekomen en gegaan waren van de heilige plaats, en zij werden vergeten in de stad waar zij zo hadden gehandeld; ook dit is ijdelheid.