Prediker 9:1
“Want dit alles heb ik in mijn hart overwogen, om dit alles te verklaren: dat de rechtvaardigen en de wijzen en hun werken in de hand van God zijn; niemand weet of het liefde of haat is, door alles wat voor hen ligt.”
Kruisverwijzingen
Context
Prediker 9 — omringende verzen
Want dit alles heb ik in mijn hart overwogen, om dit alles te verklaren: dat de rechtvaardigen en de wijzen en hun werken in de hand van God zijn; niemand weet of het liefde of haat is, door alles wat voor hen ligt.
Alles overkomt allen gelijkelijk: er is één lot voor de rechtvaardige en de goddeloze, voor de goede en de reine, en voor de onreine; voor hem die offert, en voor hem die niet offert; zoals de goede is, zo is de zondaar; en hij die zweert, zoals hij die een eed vreest.
3Dit is een kwaad onder alles wat gedaan wordt onder de zon: dat er één lot is voor allen; ja, ook is het hart van de mensenkinderen vol kwaad, en er is waanzin in hun hart zolang zij leven, en daarna gaan zij naar de doden.
4Want voor hem die aan alle levenden verbonden is, is er hoop; want een levende hond is beter dan een dode leeuw.
5Want de levenden weten dat zij zullen sterven; maar de doden weten niets, en zij hebben geen loon meer; want de gedachtenis aan hen is vergeten.
6Ook hun liefde, en hun haat, en hun afgunst is nu vergaan; en zij hebben geen deel meer voor altijd in enig ding dat gedaan wordt onder de zon.