Psalmen 106:4
“Gedenk mij, o HEER, met het welbehagen dat U Uw volk toedraagt; bezoek mij met Uw heil;”
Kruisverwijzingen
Context
Psalmen 106 — omringende verzen
Looft de HEER. O, geeft de HEER dank, want Hij is goed; want zijn goedertierenheid duurt tot in eeuwigheid.
2Wie kan de machtige daden van de HEER uitspreken? Wie kan al zijn lof verkondigen?
3Welgelukzalig zijn zij die het recht bewaren, en wie te allen tijde gerechtigheid doet.
Gedenk mij, o HEER, met het welbehagen dat U Uw volk toedraagt; bezoek mij met Uw heil;
opdat ik het goede van Uw uitverkorenen mag aanschouwen, opdat ik mij mag verheugen in de blijdschap van Uw volk, opdat ik mij mag beroemen met Uw erfdeel.
6Wij hebben gezondigd met onze vaderen, wij hebben ongerechtigheid bedreven, wij hebben goddeloos gehandeld.
7Onze vaderen verstonden Uw wonderen in Egypte niet; zij gedachten niet aan de veelheid van Uw goedertierenheden; maar zij tergden Hem aan de zee, ja, aan de Rode Zee.
8Nochtans verloste Hij hen om Zijns naams wil, opdat Hij zijn machtige kracht bekend zou maken.
9Hij bestrafte ook de Rode Zee, en zij droogde op; zo leidde Hij hen door de diepten, als door een woestijn.