VSV
StatenvertalingPsalmen 109:2
“Want de mond van de goddeloze en de mond van de bedrieger zijn tegen mij geopend; zij hebben tegen mij gesproken met een leugenachtige tong.”
Kruisverwijzingen
Context
Psalmen 109 — omringende verzen
1
Zwijg niet, o God mijner lof;
2
3Want de mond van de goddeloze en de mond van de bedrieger zijn tegen mij geopend; zij hebben tegen mij gesproken met een leugenachtige tong.
Zij hebben mij ook omringd met woorden van haat; en hebben zonder oorzaak tegen mij gestreden.
4Voor mijn liefde zijn zij mijn tegenstanders; maar ik geef mij over aan het gebed.
5En zij hebben mij kwaad vergolden voor goed, en haat voor mijn liefde.
6Stel een goddeloos mens over hem aan; en laat de satan aan zijn rechterhand staan.
7Wanneer hij geoordeeld wordt, laat hem dan veroordeeld worden; en laat zijn gebed tot zonde worden.