VSV
StatenvertalingPsalmen 116:4
“Toen riep ik de naam des HEREN aan: O HEER, bevrijd toch mijn ziel.”
Kruisverwijzingen
Context
Psalmen 116 — omringende verzen
1
Ik heb de HEER lief, want Hij heeft mijn stem en mijn smekingen gehoord.
2Want Hij heeft Zijn oor tot mij geneigd, daarom zal ik Hem aanroepen zolang ik leef.
3De banden des doods omringden mij, en de angsten van de hel grepen mij aan; ik vond benauwdheid en droefenis.
4
5Toen riep ik de naam des HEREN aan: O HEER, bevrijd toch mijn ziel.
Genadig is de HEER en rechtvaardig; ja, onze God is barmhartig.
6De HEER bewaart de eenvoudigen; ik was vernederd, en Hij hielp mij.
7Keer weder tot uw rust, o mijn ziel; want de HEER heeft u weldadig behandeld.
8Want U hebt mijn ziel van de dood bevrijd, mijn ogen van tranen, en mijn voeten van struikelen.
9Ik zal wandelen voor het aangezicht des HEREN in het land der levenden.