Psalmen 119:110
“De goddelozen hebben een strik voor mij gespannen; toch ben ik niet afgedwaald van Uw bevelen.”
Kruisverwijzingen
Context
Psalmen 119 — omringende verzen
Uw woord is een lamp voor mijn voeten en een licht op mijn pad.
106Ik heb gezworen en zal het nakomen, dat ik Uw rechtvaardige oordelen zal bewaren.
107Ik ben zeer verdrukt; maak mij levend, o HEER, naar Uw woord.
108Aanvaard toch de vrijwillige offers van mijn mond, o HEER, en leer mij Uw oordelen.
109Mijn ziel is voortdurend in mijn hand; toch vergeet ik Uw wet niet.
De goddelozen hebben een strik voor mij gespannen; toch ben ik niet afgedwaald van Uw bevelen.
Uw getuigenissen heb ik als erfenis aangenomen voor eeuwig, want zij zijn de vreugde van mijn hart.
112Ik heb mijn hart geneigd om Uw inzettingen altijd te volbrengen, tot het einde toe.
113Ik haat ijdele gedachten; maar Uw wet heb ik lief.
114U bent mijn schuilplaats en mijn schild; ik hoop op Uw woord.
115Wijkt van mij, gij boosdoeners, want ik zal de geboden van mijn God bewaren.