Psalmen 119:80
“Laat mijn hart oprecht zijn in Uw inzettingen, opdat ik niet beschaamd worde.”
Kruisverwijzingen
Context
Psalmen 119 — omringende verzen
Ik weet, o HEER, dat Uw oordelen rechtvaardig zijn en dat U mij in trouw hebt verdrukt.
76Laat toch, bid ik U, Uw goedertierenheid mij tot troost zijn, naar Uw woord aan Uw knecht.
77Laat Uw tedere barmhartigheden tot mij komen, opdat ik leve, want Uw wet is mijn vreugde.
78Laat de hoogmoedigen beschaamd worden, want zij hebben mij zonder oorzaak kwaad gedaan; maar ik zal Uw bevelen overdenken.
79Laat hen die U vrezen, zich tot mij wenden, en hen die Uw getuigenissen kennen.
Laat mijn hart oprecht zijn in Uw inzettingen, opdat ik niet beschaamd worde.
Mijn ziel bezwijkt van verlangen naar Uw heil, maar ik hoop op Uw woord.
82Mijn ogen bezwijken naar Uw woord, terwijl ik zeg: Wanneer zult U mij troosten?
83Want ik ben geworden als een fles in de rook; toch vergeet ik Uw inzettingen niet.
84Hoeveel zijn de dagen van Uw dienaar? Wanneer zult U gericht uitoefenen over hen die mij vervolgen?
85De hoogmoedigen hebben kuilen voor mij gegraven, hetgeen niet is naar Uw wet.