VSV
StatenvertalingPsalmen 16:2
“Mijn ziel, u hebt tot de HEER gezegd: U bent mijn Heer: mijn welzijn strekt zich niet tot U uit;”
Kruisverwijzingen
Context
Psalmen 16 — omringende verzen
1
Bewaar mij, o God: want op U vertrouw ik.
2
3Mijn ziel, u hebt tot de HEER gezegd: U bent mijn Heer: mijn welzijn strekt zich niet tot U uit;
Maar tot de heiligen die op aarde zijn, en de voortreffelijken, in wie mijn ganse welgevallen is.
4De smarten van hen die een andere god nastreven, zullen vermenigvuldigd worden: hun drankoffers van bloed zal ik niet offeren, noch hun namen op mijn lippen nemen.
5De HEER is het deel van mijn erfdeel en mijn beker: U onderhoudt mijn lot.
6De snoeren zijn mij gevallen in lieflijke plaatsen; ja, ik heb een schoon erfdeel.
7Ik zal de HEER loven, die mij raad heeft gegeven: ook onderwijzen mijn nieren mij in de nachten.