VSV
StatenvertalingPsalmen 2:3
“Laat ons hun banden verscheuren en hun touwen van ons werpen.”
Kruisverwijzingen
Context
Psalmen 2 — omringende verzen
1
Waarom woeden de heidenen, en bedenken de volken ijdele dingen?
2De koningen der aarde stellen zich op, en de vorsten beraadslagen tezamen, tegen de HEER en tegen Zijn Gezalfde, zeggende:
3
4Laat ons hun banden verscheuren en hun touwen van ons werpen.
Die in de hemelen troont, zal lachen; de HEER zal hen bespotten.
5Dan zal Hij tot hen spreken in Zijn toorn, en hen verschrikken in Zijn brandende gramschap.
6Maar Ik heb Mijn Koning gezalfd op Sion, Mijn heilige berg.
7Ik zal het besluit verkondigen: de HEER heeft tot Mij gezegd: U bent Mijn Zoon, heden heb Ik U verwekt.
8Eis van Mij, en Ik zal de heidenen geven tot Uw erfdeel, en de einden der aarde tot Uw bezitting.