Psalmen 22:11
“Wees niet ver van mij, want de benauwdheid is nabij, want er is niemand die helpt.”
Kruisverwijzingen
Context
Psalmen 22 — omringende verzen
Maar ik ben een worm en geen man; een smaad van mensen en veracht door het volk.
7Allen die mij zien bespotten mij; zij steken de lip uit, zij schudden het hoofd en zeggen:
8Hij heeft op de HEER vertrouwd, dat Hij hem verlossen zou; laat Hij hem verlossen, daar Hij een welgevallen in hem had.
9Maar U bent het die mij uit de moederschoot trok; U deed mij vertrouwen aan mijn moeders borst.
10Op U ben ik geworpen van mijn geboorte af; U bent mijn God van mijn moeders schoot aan.
Wees niet ver van mij, want de benauwdheid is nabij, want er is niemand die helpt.
Vele stieren hebben mij omringd; sterke stieren van Basan hebben mij ingesloten.
13Zij sparden hun muil naar mij open als een verscheurende en brullende leeuw.
14Ik ben uitgestort als water, en al mijn beenderen zijn ontwricht; mijn hart is als was en is gesmolten in het midden van mijn ingewanden.
15Mijn kracht is verdroogd als een potscherf, en mijn tong kleeft aan mijn gehemelte; en U legt mij in het stof des doods.
16Want honden hebben mij omringd; een bende boosdoeners heeft mij omsingeld; zij hebben mijn handen en mijn voeten doorstoken.