Psalmen 27:2
“Toen de boosdoeners, mijn tegenstanders en mijn vijanden, tegen mij opdrongen om mijn vlees te verslinden, struikelden zij en vielen.”
Kruisverwijzingen
Context
Psalmen 27 — omringende verzen
De HEER is mijn licht en mijn heil, voor wie zou ik vrezen? De HEER is de sterkte van mijn leven, voor wie zou ik bevreesd zijn?
Toen de boosdoeners, mijn tegenstanders en mijn vijanden, tegen mij opdrongen om mijn vlees te verslinden, struikelden zij en vielen.
Al legerde een heir zich tegen mij, mijn hart zou niet vrezen; al verhief zich een oorlog tegen mij, zelfs dan zou ik vertrouwen.
4Eén ding heb ik van de HEER begeerd, dat zal ik zoeken: dat ik mag wonen in het huis des HEREN al de dagen van mijn leven, om de liefelijkheid des HEREN te aanschouwen en te onderzoeken in Zijn tempel.
5Want Hij zal mij in de dag der benauwdheid verbergen in Zijn hut; in het verborgene van Zijn tent zal Hij mij verbergen; Hij zal mij verhogen op een rots.
6En nu zal mijn hoofd verhoogd worden boven mijn vijanden rondom mij, en ik zal in Zijn tent offers van gejuich offeren; ik zal zingen, ja, ik zal psalmzingen voor de HEER.
7Hoor, o HEER, als ik roep met mijn stem; wees mij ook genadig en verhoor mij.