Psalmen 33:13
“De HEER schouwt neer uit de hemel; Hij ziet alle mensenkinderen.”
Kruisverwijzingen
Context
Psalmen 33 — omringende verzen
Laat de gehele aarde de HEER vrezen; laat alle bewoners van de wereld voor Hem sidderen.
9Want Hij sprak, en het was er; Hij gebood, en het stond vast.
10De HEER verbreekt de raad van de heidenen; Hij verijdelt de gedachten van de volken.
11De raad van de HEER bestaat in eeuwigheid, de gedachten van zijn hart van geslacht tot geslacht.
12Welzalig het volk welks God de HEER is, het volk dat Hij verkoren heeft tot zijn erfdeel.
De HEER schouwt neer uit de hemel; Hij ziet alle mensenkinderen.
Vanuit de plaats zijner woning aanschouwt Hij alle bewoners van de aarde.
15Hij vormt hun aller hart; Hij let op al hun werken.
16Geen koning wordt gered door een grote legermacht; een held wordt niet bevrijd door grote kracht.
17Het paard is ijdelheid voor de overwinning; en door zijn grote sterkte redt het niet.
18Zie, het oog van de HEER is op hen die Hem vrezen, op hen die hopen op zijn goedertierenheid;