Psalmen 38:4
“Want mijn ongerechtigheden zijn over mijn hoofd gegaan; als een zware last zijn zij mij te zwaar.”
Kruisverwijzingen
Context
Psalmen 38 — omringende verzen
O Heer, bestraf mij niet in Uw toorn; kastijd mij niet in Uw brandende ongenoegen.
2Want Uw pijlen zijn diep in mij doorgedrongen, en Uw hand drukt zwaar op mij.
3Er is geen gezondheid in mijn vlees vanwege Uw toorn; er is ook geen rust in mijn beenderen vanwege mijn zonde.
Want mijn ongerechtigheden zijn over mijn hoofd gegaan; als een zware last zijn zij mij te zwaar.
Mijn wonden stinken en zijn verrot vanwege mijn dwaasheid.
6Ik ben gekweld; ik ben diep gebogen; ik ga den gansen dag in rouw.
7Want mijn lendenen zijn vervuld met een afschuwelijke ziekte, en er is geen gezondheid in mijn vlees.
8Ik ben verzwakt en hevig gebroken; ik heb geschreeuwd vanwege de onrust van mijn hart.
9Heer, al mijn begeerte is voor U; en mijn zuchten is voor U niet verborgen.