Psalmen 59:10
“De God mijner goedertierenheid zal mij tegemoet komen; God zal mij mijn lust doen zien aan mijn vijanden.”
Kruisverwijzingen
Context
Psalmen 59 — omringende verzen
Gij dan, o HEER, God der heerscharen, de God van Israël, word wakker om al de heidenen te bezoeken; wees niet genadig aan enige goddeloze overtreders. Sela.
6Zij keren terug des avonds, zij maken geraas als een hond en lopen rond in de stad.
7Zie, zij braken uit met hun mond; zwaarden zijn op hun lippen, want wie, zeggen zij, hoort het?
8Maar Gij, o HEER, zult hen belachen; Gij zult al de heidenen bespotten.
9Om Zijn sterkte zal ik op U wachten, want God is mijn hoge vesting.
De God mijner goedertierenheid zal mij tegemoet komen; God zal mij mijn lust doen zien aan mijn vijanden.
Dood hen niet, opdat mijn volk het niet vergeet; verstrooi hen door Uw kracht en werp hen neder, o Heer, ons Schild.
12Om de zonde van hun mond, om het woord van hun lippen, laat hen gevangen worden in hun hoogmoed, en om de vloek en de leugen die zij uitspreken.
13Verteer hen in toorn, verteer hen, opdat zij er niet meer zijn, en laat hen weten dat God heerst in Jakob tot aan de einden der aarde. Sela.
14En laat hen des avonds terugkeren, laat hen geraas maken als een hond en rondom de stad lopen.
15Laat hen rondzwerven om voedsel, en laat hen morren als zij niet verzadigd worden.