Psalmen 7:8
“De HEER zal de volken richten; oordeel mij, O HEER, naar mijn gerechtigheid en naar de oprechtheid die in mij is.”
Kruisverwijzingen
Context
Psalmen 7 — omringende verzen
O HEER mijn God, indien ik dit gedaan heb; indien er ongerechtigheid in mijn handen is;
4Indien ik hem kwaad vergold die vrede met mij had (ja, ik heb hem gered die zonder oorzaak mijn vijand was):
5Laat de vijand mijn ziel vervolgen en grijpen; ja, laat hij mijn leven ter aarde vertreden en mijn eer in het stof leggen. Sela.
6Sta op, O HEER, in Uw toorn; verhef Uzelf vanwege de razernij van mijn vijanden, en ontwaak voor mij tot het oordeel dat U bevolen hebt.
7Zo zal de vergadering der volken U omringen; keer daarom om hunnentwil terug naar de hoogte.
De HEER zal de volken richten; oordeel mij, O HEER, naar mijn gerechtigheid en naar de oprechtheid die in mij is.
O, laat de goddeloosheid van de goddeloze tot een einde komen, maar vestig de rechtvaardige; want de rechtvaardige God beproeft de harten en nieren.
10Mijn schild is bij God, die de oprechten van hart behoudt.
11God oordeelt de rechtvaardige, en God is elke dag toornig op de goddeloze.
12Als hij zich niet bekeert, zal Hij Zijn zwaard wetten; Hij heeft Zijn boog gespannen en gereedgemaakt.
13Hij heeft ook voor hem de werktuigen des doods bereid; Zijn pijlen maakt Hij tot brandende schichten.