Psalmen 79:6
“Stort Uw gramschap uit over de heidenen die U niet kennen, en over de koninkrijken die Uw naam niet aanroepen.”
Kruisverwijzingen
Context
Psalmen 79 — omringende verzen
O God, de heidenen zijn gekomen in Uw erfdeel; Uw heilige tempel hebben zij ontheiligd; zij hebben Jeruzalem tot een steenhoop gemaakt.
2De dode lichamen van Uw knechten hebben zij gegeven tot spijze aan het gevogelte des hemels, het vlees van Uw heiligen aan de beesten der aarde.
3Hun bloed hebben zij vergoten als water rondom Jeruzalem, en er was niemand om hen te begraven.
4Wij zijn onze naburen tot een smaad geworden, een spot en beschimping voor hen die rondom ons zijn.
5Hoe lang, HEER? Zult U voor altijd toornig zijn? Zal Uw ijver branden als een vuur?
Stort Uw gramschap uit over de heidenen die U niet kennen, en over de koninkrijken die Uw naam niet aanroepen.
Want zij hebben Jakob verslonden en zijn woonplaats verwoest.
8Gedenk onze vroegere ongerechtigheden niet tegen ons; laat Uw barmhartigheden ons spoedig tegemoet komen, want wij zijn zeer verzwakt.
9Help ons, o God van onze zaligheid, om de eer van Uw naam; verlos ons en doe verzoening over onze zonden, om Uw naam wil.
10Waarom zouden de heidenen zeggen: Waar is hun God? Laat het onder de heidenen voor onze ogen bekend worden door de wrake voor het vergoten bloed van Uw knechten.
11Laat het gekerm van de gevangene voor U komen; behoud door de grootheid van Uw macht hen die ter dood gedoemd zijn;