Psalmen 97:5
“De bergen smolten als was voor het aangezicht van de HEER, voor het aangezicht van de Heer der ganse aarde.”
Kruisverwijzingen
Context
Psalmen 97 — omringende verzen
De HEER regeert; laat de aarde zich verheugen; laat de menigte der eilanden verblijd zijn.
2Wolken en duisternis zijn rondom Hem; gerechtigheid en oordeel zijn de grondslag van Zijn troon.
3Een vuur gaat voor Hem uit, en verteert Zijn vijanden rondom.
4Zijn bliksemen verlichten de wereld; de aarde zag het en beefde.
De bergen smolten als was voor het aangezicht van de HEER, voor het aangezicht van de Heer der ganse aarde.
De hemelen verkondigen Zijn gerechtigheid, en alle volken zien Zijn heerlijkheid.
7Beschaamd zijn allen die gesneden beelden dienen en die roemen op afgoden; aanbidt Hem, alle goden.
8Sion hoorde het en verheugde zich; en de dochters van Juda waren blijde om Uw oordelen, o HEER.
9Want U, HEER, zijt hoog boven de ganse aarde; U zijt ver verheven boven alle goden.
10Gij die de HEER liefhebt, haat het kwade; Hij bewaart de zielen van Zijn heiligen; Hij verlost hen uit de hand der goddelozen.