Terug naar Richteren 8
VSV
Statenvertaling

Richteren 8:29

En Jerubbaal, de zoon van Joas, ging heen en woonde in zijn eigen huis.

Kruisverwijzingen

Context

Richteren 8 — omringende verzen

24

En Gideon zei tot hen: Ik zou een verzoek van u willen doen, dat gij mij ieder de oorringen van zijn buit geeft. (Want zij hadden gouden oorringen, omdat zij Ismaëlieten waren.)

25

En zij antwoordden: Wij zullen ze gaarne geven. En zij spreidden een kleed uit, en wierpen daarin ieder de oorringen van zijn buit.

26

En het gewicht van de gouden oorringen die hij verzocht had, was duizend zevenhonderd sikkels goud; behalve de sieraden en de halskettingen en het purperen gewaad dat op de koningen van Midian was, en behalve de kettingen die om de halzen van hun kamelen waren.

27

En Gideon maakte daarvan een efod en stelde die op in zijn stad, in Ofra; en geheel Israël hoereerde daarnaar; en dit werd een strik voor Gideon en voor zijn huis.

28

Zo werd Midian vernederd voor de kinderen van Israël, zodat zij hun hoofd niet meer ophieven. En het land had rust veertig jaren in de dagen van Gideon.

29

En Jerubbaal, de zoon van Joas, ging heen en woonde in zijn eigen huis.

30

En Gideon had zeventig zonen, van zijn lichaam verwekt; want hij had vele vrouwen.

31

En zijn bijvrouw die in Sichem was, baarde hem ook een zoon, en hij noemde zijn naam Abimelech.

32

En Gideon, de zoon van Joas, stierf in goede ouderdom en werd begraven in het graf van zijn vader Joas, te Ofra van de Abiëzrieten.

33

En het geschiedde, zodra Gideon gestorven was, dat de kinderen Israëls zich wederom afkeerden en de Baäls naliepen als in hoererij, en Baäl-Berith tot hun god maakten.

34

En de kinderen Israëls gedachten niet aan de HEER hun God, die hen verlost had uit de hand van al hun vijanden aan alle zijden.