Terug naar Romeinen 1
VSV
Statenvertaling

Romeinen 1:27

En evenzo hebben ook de mannen, het natuurlijk gebruik der vrouw verlatende, in hun lust tot elkander ontbrand; mannen met mannen schandelijkheid bedrijvende, en de vergelding die zij voor hun dwaling verdienden, in zichzelf ontvangende.

Kruisverwijzingen

Context

Romeinen 1 — omringende verzen

22

Zich uitgevende voor wijzen, zijn zij dwazen geworden,

23

En hebben de heerlijkheid van de onverderfelijke God veranderd in de gelijkenis van het beeld van een verderfelijk mens, en van vogels, en van viervoetige dieren, en van kruipende dieren.

24

Daarom heeft God hen ook overgegeven aan de onreinheid door de begeerlijkheden van hun eigen harten, om hun lichamen onder elkander te onteren;

25

Die de waarheid van God veranderd hebben in een leugen, en het schepsel gediend en geëerd hebben boven de Schepper, Die te prijzen is in eeuwigheid. Amen.

26

Om deze reden heeft God hen overgegeven aan schandelijke hartstochten; want ook hun vrouwen hebben het natuurlijk gebruik veranderd in het gebruik dat tegen de natuur is;

27

En evenzo hebben ook de mannen, het natuurlijk gebruik der vrouw verlatende, in hun lust tot elkander ontbrand; mannen met mannen schandelijkheid bedrijvende, en de vergelding die zij voor hun dwaling verdienden, in zichzelf ontvangende.

28

En gelijk zij het niet goed gevonden hebben God in erkentenis te houden, heeft God hen overgegeven aan een verwerpelijk denken, om dingen te doen die niet betamen;

29

Vervuld met alle ongerechtigheid, hoererij, boosheid, hebzucht, kwaadaardigheid; vol van nijd, moord, twist, bedrog, kwaadwilligheid; oorblaazers,

30

Achterklappers, haters van God, smaders, hoogmoedigen, grootsprekers, vinders van kwade dingen, den ouderen ongehoorzaam,

31

Onverstandig, trouweloos, zonder natuurlijke genegenheid, onverzoenlijk, onbarmhartig;

32

Die, wetende het rechtvaardige oordeel van God, dat degenen die zulke dingen doen den dood waardig zijn, niet alleen dezelve doen, maar ook een welbehagen hebben in degenen die ze doen.