Romeinen 10:19
“Maar ik zeg: Heeft Israël het niet geweten? Eerst zegt Mozes: Ik zal u jaloers maken door hen die geen volk zijn, en door een onverstandig volk zal Ik u toorn verwekken.”
Kruisverwijzingen
Context
Romeinen 10 — omringende verzen
Hoe zullen zij Hem dan aanroepen, in Wie zij niet geloofd hebben? En hoe zullen zij in Hem geloven, van Wie zij niet gehoord hebben? En hoe zullen zij horen zonder een prediker?
15En hoe zullen zij prediken, tenzij zij gezonden worden? Gelijk geschreven staat: Hoe liefelijk zijn de voeten van hen die het evangelie van vrede verkondigen, en blijde tijdingen van goede dingen brengen!
16Maar zij hebben niet allen het evangelie gehoorzaamd. Want Jesaja zegt: Heer, wie heeft onze prediking geloofd?
17Het geloof is dus uit het gehoor, en het gehoor door het Woord van God.
18Maar ik zeg: Hebben zij het niet gehoord? Zeker wel; hun geluid is uitgegaan over de gehele aarde, en hun woorden tot de einden der wereld.
Maar ik zeg: Heeft Israël het niet geweten? Eerst zegt Mozes: Ik zal u jaloers maken door hen die geen volk zijn, en door een onverstandig volk zal Ik u toorn verwekken.
Maar Jesaja durft vrijuit te zeggen: Ik ben gevonden door hen die Mij niet zochten; Ik heb Mij geopenbaard aan hen die naar Mij niet vroegen.
21Maar tot Israël zegt Hij: De gehele dag heb Ik Mijn handen uitgestrekt naar een ongehoorzaam en tegensprekend volk.