Romeinen 11:13
“Want ik spreek tot u, heidenen: Voor zover ik de apostel der heidenen ben, verheerlijk ik mijn bediening,”
Kruisverwijzingen
Context
Romeinen 11 — omringende verzen
Gelijk geschreven staat: God heeft hun een geest van diepe slaap gegeven, ogen om niet te zien, en oren om niet te horen; tot op de huidige dag.
9En David zegt: Laat hun tafel worden tot een strik, en een val, en een steen des aanstoots, en een vergelding voor hen.
10Laat hun ogen verduisterd worden, zodat zij niet zien, en buig hun rug altijd neer.
11Ik zeg dan: Zijn zij gestruikeld om te vallen? Dat zij verre; maar door hun val is de zaligheid tot de heidenen gekomen, om hen tot jaloersheid te verwekken.
12Indien nu hun val de rijkdom der wereld is, en hun vermindering de rijkdom der heidenen; hoeveel te meer hun volheid?
Want ik spreek tot u, heidenen: Voor zover ik de apostel der heidenen ben, verheerlijk ik mijn bediening,
of ik toch enigszins de jaloersheid van hen die mijn vlees zijn moge opwekken, en enigen van hen behouden moge.
15Want indien hun verwerping de verzoening der wereld is, wat zal hun aanneming anders zijn dan leven uit de doden?
16Want indien de eerstelingen heilig zijn, zo is ook het geheel; en indien de wortel heilig is, zo zijn ook de takken.
17En indien enkele der takken afgebroken zijn, en gij, een wilde olijfboom zijnde, daartussen ingeënt zijt, en mede deelachtig geworden zijt aan de wortel en de vettigheid van de olijfboom,
18roem niet tegen de takken. Maar indien gij er tegen roemt, gij draagt de wortel niet, maar de wortel draagt u.