Romeinen 11:19
“Gij zult dan zeggen: De takken zijn afgebroken, opdat ik ingeënt zou worden.”
Kruisverwijzingen
Context
Romeinen 11 — omringende verzen
of ik toch enigszins de jaloersheid van hen die mijn vlees zijn moge opwekken, en enigen van hen behouden moge.
15Want indien hun verwerping de verzoening der wereld is, wat zal hun aanneming anders zijn dan leven uit de doden?
16Want indien de eerstelingen heilig zijn, zo is ook het geheel; en indien de wortel heilig is, zo zijn ook de takken.
17En indien enkele der takken afgebroken zijn, en gij, een wilde olijfboom zijnde, daartussen ingeënt zijt, en mede deelachtig geworden zijt aan de wortel en de vettigheid van de olijfboom,
18roem niet tegen de takken. Maar indien gij er tegen roemt, gij draagt de wortel niet, maar de wortel draagt u.
Gij zult dan zeggen: De takken zijn afgebroken, opdat ik ingeënt zou worden.
Goed, zij zijn afgebroken vanwege ongeloof, en gij staat door het geloof. Wees niet hoogmoedig, maar vrees.
21Want indien God de natuurlijke takken niet gespaard heeft, zie toe dat Hij ook u niet spare.
22Aanschouw dan de goedheid en de strengheid van God: over hen die gevallen zijn, strengheid; maar jegens u, goedheid, indien gij in Zijn goedheid blijft; anders zult ook gij afgehouwen worden.
23En ook zij zullen, indien zij niet in hun ongeloof blijven, ingeënt worden, want God is machtig om hen weer in te enten.
24Want indien gij uit de olijfboom die van nature wild was, uitgesneden bent en tegen de natuur in geënt bent in een goede olijfboom, hoeveel te meer zullen dezen, die de natuurlijke takken zijn, in hun eigen olijfboom geënt worden?