Romeinen 12:6
“En daar wij verschillende gaven hebben, naar de genade die ons gegeven is: hetzij profetie, laat ons profeteren naar de evenredigheid des geloofs;”
Kruisverwijzingen
Context
Romeinen 12 — omringende verzen
Ik bid u dan, broeders, door de barmhartigheden Gods, dat gij uw lichamen stelt tot een levend offer, heilig en Gode welbehaaglijk, welke uw redelijke godsdienst is.
2En wordt dezer wereld niet gelijkvormig, maar wordt veranderd door de vernieuwing van uw denken, opdat gij moogt beproeven welke de goede, welbehaaglijke en volmaakte wil van God is.
3Want door de genade die mij gegeven is, zeg ik tot een ieder die onder u is, dat hij van zichzelf niet hoger denke dan men behoort te denken, maar dat hij zo denke dat hij bescheiden zij, naar de mate van geloof die God aan een ieder toebedeeld heeft.
4Want gelijk wij in één lichaam vele leden hebben en de leden niet alle hetzelfde werk hebben,
5Alzo zijn wij, hoewel velen, één lichaam in Christus, en elk afzonderlijk leden van elkander.
En daar wij verschillende gaven hebben, naar de genade die ons gegeven is: hetzij profetie, laat ons profeteren naar de evenredigheid des geloofs;
Of bediening, laat ons ons aan de bediening wijden; of wie leert, aan het leren;
8Of wie vermaant, aan het vermanen; wie uitdeelt, doe het met eenvoudigheid; wie leiding geeft, met ijver; wie barmhartigheid bewijst, met blijmoedigheid.
9Laat de liefde ongeveinsd zijn. Hebt een afschuw van het kwade, hangt het goede aan.
10Weest jegens elkander hartelijk toegenegen met broederlijke liefde; hebt elkander in achting het eerst.
11Niet traag in ijver, vurig van geest, dienende de Heer;