Romeinen 3:8
“En niet veeleer, (zoals wij lastertaal te verduren krijgen, en zoals sommigen beweren dat wij zeggen:) Laat ons het kwade doen, opdat het goede daaruit voortkome? Hun veroordeling is rechtvaardig.”
Kruisverwijzingen
Context
Romeinen 3 — omringende verzen
Want wat nu als sommigen niet hebben geloofd? Zal hun ongeloof het geloof van God tenietdoen?
4Dat zij verre! Ja, laat God waarachtig zijn, maar ieder mens een leugenaar; gelijk geschreven staat: Opdat U gerechtvaardigd wordt in Uw woorden, en overwint wanneer U geoordeeld wordt.
5Maar indien onze ongerechtigheid de gerechtigheid van God bevestigt, wat zullen wij zeggen? Is God onrechtvaardig, Die wraak oefent? (Ik spreek als een mens)
6Dat zij verre! want hoe zou God anders de wereld oordelen?
7Want indien de waarheid van God door mijn leugen overvloediger is geworden tot Zijn heerlijkheid, waarom word ik dan nog als een zondaar geoordeeld?
En niet veeleer, (zoals wij lastertaal te verduren krijgen, en zoals sommigen beweren dat wij zeggen:) Laat ons het kwade doen, opdat het goede daaruit voortkome? Hun veroordeling is rechtvaardig.
Wat dan? Zijn wij beter dan zij? Volstrekt niet; want wij hebben reeds Joden en heidenen beschuldigd dat zij allen onder de zonde zijn;
10Gelijk geschreven staat: Er is niemand rechtvaardig, zelfs niet één;
11Er is niemand die verstand heeft, er is niemand die God zoekt.
12Zij zijn allen afgeweken, tezamen zijn zij nutteloos geworden; er is niemand die goed doet, zelfs niet één.
13Hun keel is een open graf; met hun tong hebben zij bedrog gepleegd; addergif is onder hun lippen;