Spreuken 15:11
“Het dodenrijk en de verderf zijn voor de HEER; hoeveel te meer dan de harten der mensenkinderen?”
Kruisverwijzingen
Context
Spreuken 15 — omringende verzen
In het huis des rechtvaardigen is grote schat; maar in de inkomsten der goddelozen is verdriet.
7De lippen der wijzen verspreiden kennis; maar het hart der dwazen doet dit niet.
8Het offer der goddelozen is de HEER een gruwel; maar het gebed der oprechten is Zijn welgevallen.
9De weg der goddelozen is de HEER een gruwel; maar Hij heeft hem lief die de gerechtigheid najaagt.
10Bestraffing is grievend voor hem die de weg verlaat; en wie de vermaning haat, zal sterven.
Het dodenrijk en de verderf zijn voor de HEER; hoeveel te meer dan de harten der mensenkinderen?
Een spotter heeft hem niet lief die hem bestraft; en hij gaat niet tot de wijzen.
13Een vrolijk hart maakt een blij gelaat; maar door droefheid van het hart wordt de geest gebroken.
14Het hart van hem die verstand heeft, zoekt naar kennis; maar de mond van dwazen voedt zich met dwaasheid.
15Al de dagen van de verdrukten zijn zwaar; maar hij die vrolijk van hart is, heeft een voortdurend feestmaal.
16Beter is weinig met de vreze des HEEREN dan grote schatten en onrust daarbij.