Spreuken 19:11
“De bezonnenheid van een mens bedwingt zijn toorn, en het is zijn eer een overtreding te vergeven.”
Kruisverwijzingen
Context
Spreuken 19 — omringende verzen
Velen zoeken de gunst van de edele, en ieder is een vriend van hem die geschenken geeft.
7Alle broeders van de arme haten hem; hoeveel te meer gaan zijn vrienden ver van hem! Hij jaagt hen na met woorden, maar zij zijn er niet.
8Wie wijsheid verwerft, heeft zijn ziel lief; wie inzicht bewaart, zal het goede vinden.
9Een valse getuige zal niet ongestraft blijven, en wie leugens spreekt, zal vergaan.
10Weelde betaamt een dwaas niet; nog veel minder dat een slaaf over vorsten heerse.
De bezonnenheid van een mens bedwingt zijn toorn, en het is zijn eer een overtreding te vergeven.
De grimmigheid des konings is als het brullen van een leeuw; maar zijn welgevallen is als dauw op het gras.
13Een dwaze zoon is een rampspoed voor zijn vader, en het getwist van een vrouw is een gestadig druipen.
14Huis en rijkdom zijn een erfenis van de vaderen, maar een verstandige vrouw is van de HEER.
15Luiheid doet in diepe slaap vallen, en een trage ziel zal honger lijden.
16Wie het gebod bewaart, bewaart zijn eigen ziel; maar wie zijn wegen veracht, zal sterven.