VSV
StatenvertalingSpreuken 2:20
“Opdat gij moogt wandelen op de weg van goede mensen, en de paden van de rechtvaardigen bewaren.”
Kruisverwijzingen
Context
Spreuken 2 — omringende verzen
15
Wier wegen krom zijn, en die verkeerd zijn op hun paden:
16Om u te bevrijden van de vreemde vrouw, van de vreemdelinge die vleit met haar woorden;
17Die de metgezel van haar jeugd verlaat, en het verbond van haar God vergeet.
18Want haar huis helt naar de dood, en haar paden naar de gestorvenen.
19Allen die tot haar gaan, keren niet terug, en nemen de paden van het leven niet vast.
20
21Opdat gij moogt wandelen op de weg van goede mensen, en de paden van de rechtvaardigen bewaren.
Want de oprechten zullen in het land wonen, en de volmaakten zullen daarin blijven.
22Maar de goddelozen zullen van de aarde worden afgesneden, en de overtreders zullen daaruit worden uitgerukt.